DOODGEWOON informeert en amuseert over zaken rond de dood - sinds 1994
Verschenen: 04-04-2002
RELIGIE: DE MENS ALS NOODPLAN

"Als de mens niet voldoet aan het doel van zijn leven dan wordt hij na de dood opgeruimd." Meent Gerard Olsthoorn, rozenkruizer. Dat klinkt hard, maar uiteindelijk is er hoop voor de mensheid: "Toch is genade mogelijk. Als we gehoor geven aan het spirituele principe, aan de roos, zal uiteindelijk de hele mensheid doortrokken zijn van goddelijke kracht en overgaan tot een onstoffelijk levensveld. Maar dat is een zeer lang proces, waar we ons voor moeten openstellen."
Wat gebeurt er als we sterven? Hoe ziet het hiernamaals eruit? Vragen die velen bezighouden. De diverse religies geven er antwoord op. Zoveel geloven, zoveel denkbeelden. En even zoveel interviews met aanhangers van deze geloven.


"Het is als in het sprookje Doornroosje," legt Gerard Olsthoorn uit. "Alles is in slaap; wel aanwezig, maar slechts latent. Doornroosje kan zich niet meer uitdrukken. Talloze prinsen trachten door de rozenhaag te breken, om haar ziel te bereiken. Dat mislukt vanwege valse motieven. Tot het die ene prins wel lukt om binnen te dringen. Op het moment dat hij het prinsesje kust laat hij alle latente krachten ontwaken. Eind goed, al goed."

Gerard Olsthoorn (53) is bestuurslid openbare activiteiten van het Lectorium Rosicrucianum, beter bekend als de Rozenkruizers. Aan de hand van Doornroosje probeert hij uit te leggen hoe hij leven en dood beschouwt. Maar eigenlijk gaat het veel verder dan dat. De filosofie van de Rozenkruizers strekt zich uit tot aan het eeuwige, het tijd- en ruimteloze, het goddelijke alles. Meer dan wij ooit kunnen bevatten met onze beperkte geest.

Het begint al bij de ontstaansgeschiedenis van de mens. De leer van het Rozenkruis kent in haar filosofie zowel het scheppingsverhaal als darwinistische beginselen. Olsthoorn: "De oorspronkelijke mens bevond zich in de goddelijke totaliteit. Een tijdloos en oneindig levensveld. Door eigen toedoen is die mens weggevallen uit die existentie en heeft zijn goddelijke vermogens verloren. In de bijbel wordt dat gesluierd weergegeven als de verbanning uit het paradijs. Deze val van de oorspronkelijke mensheid voltrekt zich nog steeds. Het goddelijke - dus niet God als entiteit - heeft toen een noodplan gecreëerd, een beperkt wezen, dat door evolutie (Darwin) geworden is tot de huidige mens. Dat zijn wij."

Een soort interim-mens dus? In zekere zin, maar met een grootse opdracht. "Wij kregen de taak om de gevallen microkosmos, zo noemen wij die oorspronkelijke mens, opnieuw de mogelijkheid te bieden zich te openbaren," legt Olsthoorn uit. "Wij moeten de handen en voeten worden voor de microkosmos. Om dat te bereiken moeten we ons openstellen voor het spirituele principe (de gnosis) in onszelf. In onze visie bevindt de kracht daartoe zich in ons, ter hoogte van ons hart. Ons hart is het aanrakingspunt in de mens voor het goddelijke. Wij noemen dat de roos, vandaar de Rozenkruizers. Als dat spirituele principe tot ons kan doordringen, naar ons kan stralen, dan zal de roos zich openvouwen. De hele mensheid wordt dan doordrongen van een geestelijke kracht, waardoor wij tot ongekende hoogten kunnen komen. Het doel is de microkosmos te laten terugkeren naar zijn oorspronkelijke levensveld."

Wij zijn dus de prins in het sprookje Doornroosje. Wij moeten Doornroosje - de latent aanwezige goddelijke kracht van de microkosmos - laten ontwaken. Tegelijkertijd zijn we Doornroosje, die de weg verbeeldt die de mens moet gaan. Het huwelijk van prins en prinses vormt in de filosofie de verzinnebeelding van de alchemische versmelting. Het samengaan van de huidige mens met de microkosmos, die samen in staat zijn tot de goddelijke totaliteit weder te keren. Vanaf dat moment neemt de prinses ook de leiding in het sprookje.

"Maar tot die tijd is het na de dood gewoon afgelopen," concludeer ik. Dat blijkt maar ten dele waar. "Als de mens niet voldoet aan het doel van zijn leven dan wordt hij inderdaad opgeruimd," meent Olsthoorn. "Dood is een zeer onbarmhartig gegeven. Toch is genade mogelijk. Als we gehoor geven aan het spirituele principe, aan de roos, zal uiteindelijk de hele mensheid doortrokken zijn van goddelijke kracht en overgaan tot een onstoffelijk levensveld. Maar dat is een zeer lang proces, waar we ons voor moeten openstellen."

De gerichtheid van de mensheid op zichzelf, is volgens Olsthoorn het kwaad dat het proces tot nu toe heeft vertraagd. "Mensen doen elkaar pijn omdat ze hun doelstellingen hebben beperkt tot dit leven. Ze kunnen of willen niet verder kijken. We moeten leren in dit leven al te sterven. De ik-gerichtheid van deze mensheid moeten we bestrijden. Zodra er een relatie is ontstaan tussen de mens en de microkosmos, is de dood slechts een proces van iets dat wegvalt omdat het niet meer relevant is. De ervaringen blijven over. Uiteindelijk, in de goddelijke totaliteit, speelt de dood geen rol meer. Daarom is de dood voor een Rozenkruizer ook geen angstwekkend beeld. Het is allemaal heel duidelijk."
(Brenda van Osch)

Eerder verschenen in Doodgewoon 10, herfst 1996.

Terug naar archief...
REACTIES

Geef hieronder uw reactie op dit artikel, en/of lees de reacties van andere lezers.
Uw naam
Uw email
Uw reactie
Reacties worden pas geplaatst na goedkeuring door de redactie. De redactie is niet aansprakelijk voor de inhoud van reacties, en behoudt ten alle tijden het recht reacties te wijzigen of te verwijderen.


Jacques Caron schreef op 12-1-2009:
Hoe ver bent u in het stervensproces/individuatieproces? Is uw godsbeeld al gestorven? Heeft u de inflatiemachten al weerstaan? Hoe ver is uw strijd gevorderd, of bent u al aangeland in de laatste fase, waar de strijd moet worden losgelaten?


KarlHeinz schreef op 23-5-2008:
Een rozenkruiser is een mens die de voorgeschreven kruisweg gaat, en met vreugde in het hart de beproevingen tegemoet ziet.
Want een andere weg van verlossing is er niet.
Een rozenkruiser doet zijn naam eer aan.



rien huismans schreef op 8-7-2007:
ben spiritueel en in de knoop.
ben voor mezelf zoekende.
van huis uit R.K.


Gerard Eleveld schreef op 14-4-2005:
De stelling van Paul Verheul is simpel en direct en ik onderschrijf hem. De natuurlijke drang van de mens en al het levende om hem heen om te willen voortleven leidt tot angst voor het onvermijdelijke: de dood. De mens heeft daar wat ‘geruststellends’ op bedacht. Religie. Als je maar hard genoeg denkt, filosofeert, theoretiseert en fantaseert dan kom je vanzelf wel op het ‘geloof’ dat doodgaan eigenlijk helemaal niet bestaat. Je neemt iets vaags, verwegs en je geeft het een naam. Je geeft het het predikaat almachtig, heersend over dood en leven. Je schept het naar je eigen beeld van goedheid, rechtvaardigheid en sociale werkelijkheid. Daar begint het gedonder. Want over de invulling van deze begrippen zijn we het niet altijd met elkaar eens. En uiteindelijk slaat de mens de mens voor zijn kop, uit angst voor zijn eigen twijfel. Arrogantie, betweterigheid en ontkenning verharden standpunten, die niets meer met de oorsprong van de gedachte te maken hebben: angst voor de dood. Ik bedoel hier met ‘dood’dan ook echt afgeserveerd, uitgeleefd, opgesoupeerd, definitief uitgespeeld.
Het is mij een lief ding waard als er een dag komt waarop iedereen beseft dat het hier en nu de enige werkelijke waarde is en dat we de arrogantie van het ‘beter weten’over de dood van ons afleggen. Ok, dat is lastiger en moeilijker dan het zwelgen in de theorie dat we eeuwig zijn. Maar het moet toch niet zo moeilijk zijn om wat persoonlijke grootheidswaan in te leveren om een nieuwe paus overbodig te maken en Rita Verdonk een nieuwe baan te laten zoeken?
En de Rozenkransers? Zij zijn al zover dat ze in hun eigen goddelijkheid geloven. Ellis, als ik behept was met een dergelijke, gruwelijke zelfoverschatting zou ik ook de straat niet op durven.



Adam Adaptor schreef op 14-2-2005:
Zeer inspirerend.
Bedankt.


Paul Verheul schreef op 24-1-2005:
Mooi verhaal over leven na dit leven. Maar spreekt hier ook niet een doodsangst uit? Het geloof in een leven na dit leven is het ontkennen van je sterfelijkheid! Leef nu en niet in de toekomst of het verleden. Sinds ik bewust ben van mijn dood, leef ik intenser en geniet ik van het leven.


ellis schreef op 23-1-2005:
hai allemaal ik ben op zoek naar mensen die meer van de rozenkruizers afweet kan iemand mij mischien helpen het is zo dat mijn overgroot opa er 1 was maar in mijn familie word er nog al geheim zinnig over gedaan en ik kan er niet achter komen waar ze zo bang voor zijn ik hoop dat er iemand reageerd maar alvast bedankt groetjes ellis


tom sterckx schreef op 23-3-2004:
om zich spiritueel goed te kunnen openen is het volgens mij belangrijk om juist eerst een sterke ik te creeeren en van daaruit verder te openen.
ook het begrip zwart-wit,goed- slecht integreren zodat men niet langer oordeelt over deze begrippen maar ermee in evenwicht komt,ze kunnen niet zonder elkaar.wanneer dit oordeel niet langer van kracht is kan het hart zich pas openen.
vriendelijke groeten,
tom


Fulcanelli schreef op 15-3-2004:
Het is een Rozenkruizer niet toegestaan te zeggen dat hij er één is (cfr christian Rosencreutz 1614)

Wat over onze broederschap ook maar verteld wordt,
en aan iedereen bekend wordt gemaakt (...) laat niemand daar licht over denken. - confessio fraternitatis


J.M.C. Schonewille schreef op 22-12-2003:
De uitleg van Gerard bedroeft mij, ik had van een rozenkruizer en diepere uitleg verwacht.
Het verhaaltje van doornroosje legt een relatie tussen (doorn)roosje en de rozenkruizers, goed geprobeert, maar brengt de essentie hiervan niet op zijn plaats.

Met vriendelijke groet,

Jack Schonewille


Edwin P.H. van der Wal schreef op 28-8-2003:
Als 'opgeruimd',schoongemaakt of gereinigd betekent,ben ik het er mee eens...


Andre SDluik schreef op 7-4-2002:
Als we een lichamelijk DNA hebben en zo ook een geestelijk DNA, gaat het dan niet om het vinden van de balance tussen lichaam en geest? Zoals een zaadje de kennis heeft om een boom te worden, heeft de mens de kennis om lichamelijk en geestelijk een Mens te worden, zola Christus, Mohammed en Bhoedda...

Graag reactie,
Groet,
Andre Sluik